75% van ons gezin houdt van zwarte olijven, dus die zetten we naast de sla op tafel in plaats van dat we ze er door roeren. Zo kan 100% lekker eten. 50% heeft de tijd van haar leven in de binnenspeeltuin. De andere 50% van het gezin ontgaat daar de levenslust. Dus we gaan soms, niet te vaak, naar Monkey Town. U ziet, ons gezin is een democratie. Rekening houdend met de wensen van de meer- en minderheid proberen we er steeds weer uit te komen. Dat lukt meestal, niet altijd. Soms is de mening van 25% doorslaggevend. Bijvoorbeeld wanneer 50% het een goed idee vindt om op de bank te springen en de resterende 25% op haar werk is. Dan springen we tóch niet op de bank. Geheel tegen de wensen van de aanwezige meerderheid in.
Sommige mensen hanteren een andere definitie van het woord democratie, namelijk: ‘de meeste stemmen gelden’. Het verschil met de definitie die we thuis hanteren lijkt misschien klein, maar is essentieel. In het ergste geval heeft namelijk 49% van de mensen door de wens van de meerderheid een heel vervelend bestaan. Volgens mij moet je in een samenleving de lat hoger leggen. Het het lijkt me als meerderheid verstandiger om in gesprek te gaan met de minderheid en je plannen een beetje aan te passen zodat uiteindelijk meer dan 51% tevreden is.
Je voelde hem misschien al aankomen. Dit gaat over het geheugenpaviljoen. Wat me opvalt, is dat er in de discussie daarover vaak de meeste-stemmen-gelden definitie van democratie wordt gehanteerd. 43% is voor het paviljoen – of nee, 37%. 49% is tegen – of nee, 54%. Hoe de Oosterpoort er werkelijk over denkt weten we niet. Die percentages gaan over iets meer dan 1000 mensen die de moeite hebben genomen om te laten weten wat ze van de plannen voor het geheugenpaviljoen vinden. In de Oosterpoort wonen meer dan 1000 mensen. Alleen al om deze reden is het volgens mij heel verstandig de ja/nee beslissing uit te besteden aan de mensen aan wie we elke vier jaar wel meer beslissingen uitbesteden: de gemeenteraad. Die maakt een beslissing, afwegende: het belang van de stad die groter is dan de alleen de Oosterpoort, het inzicht dat kunst de gebouwde omgeving beter leefbaar (en vooruit: je huis meer waard) maakt, en ook de zeer diverse gevoelens van omwonenden.
Waarom dan toch een participatieproces? Wellicht heeft de vraagstelling van de gemeente niet geholpen, maar dat ging volgens mij niet over de ja/nee vraag. Dat was het ophalen van een zienswijze van omwonenden, te gebruiken om een geheugenpaviljoen te maken waar zo veel mogelijk buurtbewoners blij van worden.
Als je altijd gaat voor ‘de meeste stemmen gelden’ krijg je waarschijnlijk een hele vervelende leefomgeving. Wanneer je inwoners alleen maar vraagt om een ‘ja’ of ‘nee’ komt er nergens meer een AZC. Het Groninger Museum en het Forum waren waarschijnlijk nooit gebouwd en misschien kun je kunst in de openbare ruimte sowieso wel vergeten. Echte democratie kost meer moeite dan ‘de meeste stemmen gelden’. Het vraagt dat je met elkaar in gesprek blijft en je verplaatst in de overwegingen van degene die je tegenover je vindt. Zo probeer je steeds weer tot de best mogelijke oplossing te komen. In het de wereld, in het land, in je buurt.
Trouwens, terwijl je dat doet is het natuurlijk wel fijn als je droog staat. Onder het dak van een geheugenpaviljoen bijvoorbeeld.


Geef een reactie