Lezing op de Open Dag van het ArtEZ Conservatorium Zwolle, 8 november 2025. Je kunt ook de printervriendelijke pdf downloaden.
Je overweegt een conservatoriumopleiding. Daarom moeten we het even hebben over talent. Over talent bestaan namelijk wat misverstanden. Of vriendelijker gezegd, er bestaan verschillende visies op talent. Jij en ik kunnen een prettig gesprek hebben over talent en er pas veel te laat achter komen dat we het beiden over heel iets anders hadden.
Je hebt jezelf ontwikkeld tot het niveau dat je toelaatbaar bent voor het conservatorium, of dat hoop je tenminste. Je speelt of zingt in elk geval heel aardig. Dan heb je misschien al eens meegemaakt dat er iemand uit het publiek na een optreden naar je toe kwam om te vertellen dat je zo getalenteerd bent. Mijn studenten kunnen over dat soort situaties smakelijk vertellen. Getalenteerd. Ja, hoor. Bedankt meneer. En dan een zucht. Wat dacht u van die 5000 uur die ik gestudeerd heb op mijn instrument? Je kunt zo’n meneer uit het publiek niets kwalijk nemen. De definitie die van Dale geeft over talent is immers ‘aanleg’. Maar jij weet wel beter. Dat je zo mooi speelt heeft meer te maken met oefenen dan met aanleg.
Als we praten over talent, dan moeten we het even hebben over ontwikkeling. Wat is dat eigenlijk? Hoe ziet dat eruit? Als je veel onderzoek mag geloven, dan verloopt ontwikkeling volgens een rechte lijn. Die rechte lijn zegt vaak iets over de gemiddelde ontwikkeling van een hele grote groep. n = heel veel want anders telt het onderzoek niet. Wanneer je maar zoveel mogelijk data verzamelt, dan wordt zo’n lijn vanzelf ongeveer recht. Dat is bedrieglijk. Het wekt de illusie dat de ontwikkeling van individuele personen ook lineair verloopt maar dat is niet zo. De lijn die jouw muzikale ontwikkeling beschrijft, ziet er waarschijnlijk uit als een soort Alpenlandschap. Met pieken, dalen en plateaus. Net als de mijne.

Dat die lijn zo grillig (of non-lineair) verloopt, komt omdat er heel veel verschillende factoren de hele tijd maar van invloed zijn. Laten we bij het begin beginnen. Voor of je uiteindelijk op hoog niveau gitaar speelt in het Concertgebouw, maakt het in de eerste plaats uit met hoeveel vingers je geboren werd. Vervolgens scheelt het wanneer er terwijl je opgroeide de hele dag muziek klonk in de huiskamer. Of je oom gitaar speelde of tafeltennis. Of er instrumenten in de buurt waren of niet. Of je nieuwsgierig werd naar muziek. Of iemand die nieuwsgierigheid herkende. Of je muziekdocent je wist te inspireren. Of je in een band of orkest ging spelen. Veel hing af van de motivatie die je aan de dag legde. Die motivatie bestond op zijn beurt weer uit andere interne en externe factoren. En ja, er is ook iets als aanleg, maar laten we de invloed daarvan vooral niet overschatten.
Wanneer ontwikkeling wordt bepaald door zoveel factoren, dan spreken we bij mij op het werk[1] van een complex dynamisch systeem. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat is het ook. Zo’n systeem is “een verzameling van elementen (een systeem) die allemaal met elkaar in verbinding staan (complex) en elkaar voortdurend beïnvloeden (dynamisch).” [2] Voorbeelden van complexe dynamisch systemen zijn het weer, het toeslagenschandaal[3] en de Oostvaardersplassen. Hoe de natuur er daar uitziet is elke dag weer het resultaat van interacties tussen hoeveelheden zonlicht, regen, stoffen in de bodem, populaties van dieren, planten et cetera.
Jouw muzikale ontwikkeling kun je ook zien als het resultaat van interacties die plaats vinden binnen zo’n systeem. Dat systeem bestaat uit jezelf, je docent en de muziek waar je mee bezig bent. En nu komt het: talent is geen eigenschap van een persoon, maar een mogelijk resultaat van de interacties binnen dat systeem.

Wat schiet je nu op met zo’n dynamische blik? Je kunt er bijvoorbeeld van leren dat onderwijs en ontwikkeling nooit een kwestie kunnen zijn van oorzaak-gevolg of ‘bewezen methoden’ die voor iedereen zouden werken, wat je daarover ook in de krant leest tegenwoordig. Wil je op hoog niveau musiceren, dan is de oplossing daarvoor nooit terug te brengen tot aanleg of alleen ‘meer oefenen’. Daarvoor zijn de processen te ingewikkeld en de interacties te divers. Hoe je ontwikkeling verloopt wordt bepaald door een nogal ingewikkeld samenspel van interacties en het is de moeite waard om die te bestuderen.
Die hoeveelheid factoren en interacties is overweldigend en dat kan de indruk wekken dat je geen grip hebt op je leerproces. Gelukkig zijn ze niet allemaal even interessant. Er bestaan namelijk factoren die je wel en niet kunt beïnvloeden. Het aantal vingers waarmee je wordt geboren, daar kun niet zoveel aan doen (een distale factor). Maar een docent of de plek waar je gaat studeren, daar heb je natuurlijk wel invloed op (een proximale factor). De doorsneevisie op talent gaat vaak over distale factoren. Je hebt ‘aanleg’ of “Je ouders maken ook muziek, dus geen wonder dat jij zo mooi speelt.” Als je het mij vraagt is het tamelijk onzinnig om distale factoren te benadrukken omdat je ze niet kunt veranderen. Talent verklaren door terug te kijken noem je een retrospectieve benadering. Het opzoeken van talentvol gedrag in het nu en in de toekomst heet prospectief.
Dynamisch bekeken komt elk stadium in je ontwikkeling voort uit het vorige stadium. Stadium 2 van je ontwikkeling ontstaat uit stadium 1. Stadium 3 is niet te voorspellen als je niet weet hoe stadium 2 eruitziet. Iteratief heet dat. Daarbij wordt je ontwikkeling steeds vergeleken met het vorige stadium. Jouw vorige stadium en niet dat van een ander. Dat noem je dan weer ipsatief. In de muziekwereld zijn we heel goed in externe vergelijkingen. Er zijn bijvoorbeeld muziekwedstrijden en ook hier op het conservatorium ligt het vergelijken met medestudenten op de loer. Ik snap hoe dat werkt en ik ben er niet tegen. Maar wat voor iemand anders werkt, hoeft natuurlijk niet voor jou te werken natuurlijk. Wil dus zo ver mogelijk komen, dan kun je beter onderzoeken welke patronen kenmerkend zijn voor jouw ontwikkeling dan jezelf te vergelijken met iemand anders.

We weten nu dus dat talent geen kwestie is van alleen maar aanleg, maar dat het wat ingewikkelder ligt. Het is een situatie die kan ontstaan wanneer alle factoren (docentgedrag, nieuwsgierigheid, motivatie, muziek en ga zo maar door) binnen een systeem op zo’n manier van invloed zijn dat er een positieve spiraal ontstaat. Wanneer zo’n situatie ontstaat kun je als leerling talentvol gedrag vertonen. Talentvol gedrag ziet eruit als nieuwsgierigheid, enthousiasme, onderzoeken, redeneren, maar ook steun ontlokken aan de omgeving (vragen stellen bijvoorbeeld).[4] Een student beschreef zo’n situatie laatst heel mooi als “when learning works”. Het is gedrag dat in principe iedereen kan vertonen en dat vind ik bemoedigend.

Je kunt als docent talentvol gedrag ontlokken door je op een bepaalde manier op te stellen.[5] Ook een muzikale opdracht die je krijgt kan talentontlokkend werken, bijvoorbeeld wanneer deze meerdere oplossingsrichtingen biedt en voldoende ruimte om te onderzoeken. Ondertussen kun je zelf als (aankomend) muziekstudent ook wat doen. Dat is niet zo simpel als “vertoon maar zoveel mogelijk talentvol gedrag, dan komt het goed.” Maar het is wel zinvol dit gedrag bij jezelf te herkennen zodat je kunt proberen het vaker op te zoeken. Wanneer je merkt dat je enthousiast en nieuwsgierig wordt, je betrokken voelt bij het onderwerp, wanneer je aan het onderzoeken slaat, dan zit je op een goed spoor.
Volg je dat spoor, dan kan dat wel betekenen je je doel op een andere manier bereikt dan gepland. Ook kan het zijn dat het punt waar je uitkomt er anders uitziet dan vooraf gedacht.[6] Maar dat is nu juist het hele idee van dynamisch, ontwikkelingsgericht, prospectief, iteratief en ipsatief denken. Als je je ontwikkeling te veel probeert te voorspellen, dan zit het je ontwikkeling soms zelfs in de weg. Jouw weg naar de Open Dag van het conservatorium verliep waarschijnlijk al anders dan gedacht. Ga er maar vanuit dat dat zo blijft. Vergeet de rechte lijnen. Omarm het gekronkel en gebruik kennis over je eigen nieuwsgierigheid en leren om verder te kronkelen.
Conclusie
Ik heb niet gezegd dat aanleg niet bestaat (ik zei alleen dat het wordt overschat). Ik heb ook niet gezegd dat iedereen zo maar tot professioneel speelniveau kan komen of dat dat makkelijk zou zijn. Ik gaf je misschien wel een paar inzichten die je misschien kunnen helpen bij je ontwikkeling. Ik vat ze even samen.
- Trek je niets aan van mensen die zeggen dat je talent (of niet) hebt want talent is geen eigenschap van een persoon, maar een fenomeen dat ontstaat in interacties.
- Niet zo interessant: terugkijken en jezelf vergelijken met anderen.
- Wel interessant: uitvinden hoe je factoren die zorgen voor talentvol gedrag (jouw talentvol gedrag) optimaal op elkaar kunt laten inspelen.
Nog even dit: we hebben voor het gemak gedaan alsof ontwikkeling in één waarde uit te drukken is. We hebben het helemaal niet gehad over wat je precies ontwikkelt, of waartoe. We deden even alsof het Concertgebouw het enige denkbare doel is. Dat ligt wat genuanceerder. Maar dat zullen we een andere keer bespreken. In elk geval heb je nu wat brandstof voor een leuk gesprek met die buurvrouw die je vertelde dat ze gestopt is met pianospelen “omdat ze er geen talent voor had”.
Oh ja, ik had jullie nog een mop beloofd. Ik kwam laatst iemand tegen in de van Baerlestraat. Die vroeg: “meneer, weet u de weg naar het Concertgebouw?” Ik zei: “Ja hoor. Oefenen, oefenen, oefenen!”
[1] Zie bijvoorbeeld https://www.hanze.nl/nl/samenwerken/lopende-samenwerkingen/curious-minds
[2] Bisschop Boele, E. (2025). Over talentenkracht en idiocultuur in de kunsteducatie: Een theoretisch artikel om visie te vormen. In H. Steenbeek, & M. Van den Hul-Kuijten (Eds.), Curious Minds in onderwijs (community op EduSources) Surf. https://doi.org/10.48544/7e78373d-a023-44c9-aca9-cc11be8b009c
[3] Boelhouwer, M., Loykens, E., & Van Geert, P. (2024). De Toeslagenaffaire en Andere Complexe Problemen: De Verklarende Analyse vanuit een Complex Dynamisch Systeemperspectief. Jeugd in Ontwikkeling, 1(2). https://doi.org/10.54447/JiO.19095
[4] Veenker, H., Steenbeek, H., van Dijk, M., & van Geert, P. (2017). Talentgerichte ontwikkeling in de basisschool: Een dynamische visie op leren en onderwijzen. Coutinho.
[5] Curious Teachers Kruis, I., & Veenker, H. (2023). Curious Teachers: Verslag van een experiment. Hanzehogeschool Groningen – Kenniscentrum Kunst & Samenleving. https://research.hanze.nl/en/publications/curious-teachers-verslag-van-een-experiment/
[6] Je dacht bijvoorbeeld dat je zou afstuderen met een traditioneel pianoconcert, maar je nieuwsgierigheid bracht je naar een programma met muziek om mensen met een visuele beperking kunst in het museum te laten ervaren. ArtEZ. (z.d.). Hoe klinkt een schilderij? Hoe ruikt de 17e eeuw? En hoe kun je kunst ervaren zonder te kijken? | Tentoonstelling in de Fundatie Zwolle – ArtEZ. Geraadpleegd op 6 november 2025, van https://www.artez.nl/agenda/2025-11-06-hoe-klinkt-een-schilderij-hoe-ruikt-de-17e-eeuw-en-hoe-kun-je-kunst-ervaren-zonder-te-kijken-tentoonstelling-in-de-fundatie-zwolle