Nieuwsgierigheid als motor voor leren

Keynote bij Hart Haarlem op 27 augustus 2026

Ik ben Imre Kruis. Ik ben drummer en docentonderzoeker bij het lectoraat Kunsteducatie van de Hanze in Groningen en ik ben geïnteresseerd in leerprocessen en zal vertellen over de rol van nieuwsgierigheid daarbij. Naar leren, of onderwijs kun je door heel veel verschillende brillen kijken. Ik zal daar vandaag voor jullie een nieuwe bril aan toe voegen: de dynamische bril. Dat is een hele leuke bril vind ik zelf.

printervriendelijke pdf versie

Stel, je bent boer en je bent voor jouw koeien op zoek naar het meest malse gras in je weiland. Dat is geen kwestie van zoveel mogelijk bemesten en de rest gaat vanzelf. Nee, je moet je verdiepen in het ingewikkeld samenspel van neerslag, bodemkwaliteit en begrazing. Ik ben geen boer maar het zou misschien als volgt kunnen werken.

Het begint met een koe die ergens in het gras poept. Daar komen kleine beestje op af die de bodem luchtiger maken. Zo’n luchtige bodem neemt meer water op wat het weiland interessanter maakt voor ganzen die vervolgens de helft van het gras opeten. Daardoor lopen er minder koeien rond waardoor er minder gepoept wordt wat iets doet met de zuurtegraad van de bodem. In het naastgelegen weiland – waar de koeien op zondag binnen staan – groeit het gras weer heel anders. Je kunt de ontwikkeling van het weiland uiteindelijk niet voorspellen en kleine veranderingen (een beestje meer of minder) kunnen van grote invloed zijn op de ontwikkeling op lange termijn.

We hebben hier te maken met een verzameling elementen die continu op elkaar van invloed zijn en die samen het verloop van de ontwikkeling bepalen. Dat noem je een complex dynamisch systeem. Het kan helpen om onderwijssituaties ook als een zo’n dynamisch systeem te zien. De elementen waar de les uit bestaat vereenvoudigen we voor het gemak even tot: de docent, de lerende(n) en de taak.

Talentdriehoek
Figuur 1: De talentdriehoek

Wil je dat een les of een serie lessen zich zo goed mogelijk ontwikkelt, dan is dat geen kwestie van zoveel mogelijk bemesten. Dat hoef ik jullie als docenten niet te vertellen. Het verloop van een les is het resultaat van het ingewikkelde samenspel tussen die drie elementen.

Ik geef maar weer een voorbeeld dat je misschien wel herkent: een leerling toont een hele hoge motivatie, wat invloed heeft op hoe de docent zich opstelt. Dat bepaalt welke opdracht de docent geeft, wat weer invloed heeft op hoe de leerling reageert. Dat bepaalt dan weer mede de volgende stap die de docent voorstelt en ga zo maar door. De volgende leerling zit met de gedachten nog bij de vorige les of heeft vannacht slecht geslapen. Dat doet iets met het handelen van de docent en de les zal compleet anders verlopen. Je kunt de uitkomst van zo’n les uiteindelijk niet voorspellen.

Wat je wel kunt doen? Je kunt die interacties bestuderen en kijken welke patronen je daarin kunt onderscheiden. En dat is precies waar ik het leuk begin te vinden.

De lerende
Laten we eerst kijken naar de lerende. Doe je ogen dicht en stel je een goede les voor. Een les voor die ‘lekker gaat’. Een groepsles of een een-op-een les. Een dansles of een beeldende les, een rondleiding. Dat maakt niet uit. Denk aan een leersituatie waar je om de een of andere reden een goed gevoel over hebt. Welk gedrag vertoont de leerling? Bij mij op het werk hebben we het gedrag van zo’n leerling gevat in deze vijf kenmerken:

  • Nieuwsgierigheid
  • Enthousiasme
  • Exploratie
  • Redeneren
  • Steun ontlokken aan de omgeving

Als beheerder systeem ‘les’ ben je dus op zoek naar precies dit soort gedrag.

De taak
Uit onderzoek blijkt dat je dit gedrag kunt ontlokken door je les slim te ontwerpen, door leerlingen met taken en materialen aan het werk te zetten die dit gedrag ontlokken. De ene taak leent zich daar beter voor dan de andere. We zijn op zoek naar taken die:

  • mogelijkheden bieden om te onderzoeken,
  • de nieuwsgierigheid prikkelen,
  • bij voorkeur meerdere ‘oplossingen’ kennen of wegen kennen om tot een oplossing te komen.
Figuur 2: Het nageslacht in de weer met een talentontlokkende taak in ARoS Museum in Aarhus

De docent
Dan is er nog de docent. Wat kun je als docent doen om nieuwsgierigheid en exploratie te ontlokken? Daarvoor zijn drie strategieën:

  1. Structuur bieden. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het houdt in dat je bijvoorbeeld vaste rituelen en voorspelbare situaties inbouwt in je les die rust geven waarin iets moois kan ontstaan.
  2. Flexibel ondersteunen, oftewel scaffolden. Je stemt de mate van ondersteuning van de leerling steeds af op de behoefte van de leerling. Het betekent ook dat je op tijd stopt met ondersteunen zodat er genoeg ruimte is om te ploeteren en zelf dingen uit te vinden.
  3. En ruimte bieden. Dat kan bijvoorbeeld door het stellen van open vragen. Door minder te zeggen hoe het moet en meer te vragen hoe het zou kunnen. Je zet de leerling zo aan het redeneren en experimenteren. Dat is soms een tijdrovend proces want vertellen hoe iets moet is altijd sneller. Maar op de lange termijn kan het meer betrokkenheid en uiteindelijk zelfs beter leren tot gevolg hebben.

Als zo’n systeem optimaal functioneert, met spannende taken, een docent die ruimte biedt en flexibel ondersteunt, dan is de kans groot dat de leerling een grotere autonomie ervaart en intrinsiek gemotiveerd blijft. Bij mij op het werk noemen we dat een talentvolle situatie. De leerling is dus niet ‘getalenteerd of niet’. Deze vertoond talentvol gedrag (of niet). Talent is daarbij geen eigenschap van de leerling maar van het systeem als geheel. En op dat systeem, daar heb je als docent grote invloed.

Curious Ears
Ik deed zelf onlangs een onderzoek onder de noemer Curious Ears dat zich richtte op die derde docent strategie. De vraag was hoe aankomend muziekdocenten kunnen leren om ruimte te bieden in de lessen die zij geven. We deden dat door wekelijks samen video opnames te analyseren van lessen die de ze gaven. Leer je beter kijken, dan leer je misschien ook beter lesgeven, zo was de gedachte. Studenten keken steeds met het dynamisch denken en de talentdriehoek in gedachten en bedachten vervolgens hoe ze het samenspel van interacties in een volgende les konden beïnvloeden.

Een student bedacht een toonladderspel waarbij haar zangleerling zelf zingend in de ruimte over notennamen kon bewegen. Weer een ander experimenteerde met het stellen van meer open vragen. De conclusies van mijn onderzoek, daar heeft volgens mij iedereen iets aan. Ik licht er een paar uit:

  1. Elkaars lessen bekijken en naar aanleiding daarvan feedback geven is van grote waarde. Lesgeven is in de prakijk nogal eens een eenzaam beroep en ik vind het eigenlijk stom dat we als kunstdocenten zo weinig aan intervisie doen. Wat let je om een collega te vragen om eens bij jouw les te observeren en daarna een leuk gesprek te voeren?
  2. Mijn tip daarbij: zet je natuurlijke neiging om globaal te kijken aan de kant. Probeer het een keer niet over je visie te hebben of over lesgeven in het algemeen. Maar praat over dat ene moment in de les wanneer je ruimte gaf, of juist niet. Die ene opmerking van die leerling en hoe je daarop reageerde. Houd het klein. Want de 2e conclusie is: je ziet meer als je inzoomt. Wanneer je kijkt naar een fragment van 30 seconden of bijvoorbeeld alleen naar het non-verbale gedrag van de leerling, dan zie je veel meer.
  3. En ten derde: echt ruimte bieden als docent is zo makkelijk nog niet. Je hebt als docent vaak een doel voor ogen met je les en door ruimte te bieden kan dat doel uit het zicht raken. Maar dat is nu precies de pedagogiek. Je bent steeds bezig een plek te vinden in het spanningsveld tussen de richting van de docent en de leerling. Voor de motivatie en kwaliteit van leren is het belangrijk om oog te blijven houden voor de nieuwsgierigheid van de leerling, deze wakker te houden. Je kunt hem soms ergens op weten te richten of een beetje ombuigen. Maar soms moet je ook het lef hebben om je eigen ideeën over wat er bereikt moet worden, of de manier waarop, over boord te zetten.

Conclusie
Ik heb je geen eenvoudige oplossingen gegeven. Geen wondermiddel ‘dat zorgt voor 20% meer enthousiasme’. Lesgeven is nu eenmaal niet zo eenvoudig als zoveel mogelijk bemesten. Ik heb je wel een bril aangereikt waardoor je naar onderwijs kunt kijken. En als je die dynamische bril op zet, dan zie je dat hetgeen je bereikt niet alleen afhankelijk is van de leerling en in hoeverre die een gave of ‘talent heeft’. Het verloop van de ontwikkeling is afhankelijk van de leerling, de docent, de taak en vooral de interacties tussen die drie. Daarop heb je als docent een reusachtige invloed. Functioneert het samenspel optimaal? Dan maak je gebruik van de nieuwsgierigheid als motor voor leren en wie weet op welke mooie plek je dan uitkomt.

Meer over Curious Ears en de dynamische visie op leren en doceren lees je hier.

Imre Kruis is drummer, docent en coördinator educatieve vakken bij het ArtEZ Conservatorium in Zwolle, docent en coördinator bij het Prins Claus Conservatorium en onderzoeker bij het lectoraat Kunsteducatie van, Kenniscentrum Kunst & Samenleving van de Hanze in Groningen.
https://research.hanze.nl/en/persons/imre-kruis

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *