Het is de avond van 14 april 1912. Een matroos op een oceaanstomer, ergens op de Atlantische oceaan windt zich op over het opvouwsysteem van de handdoeken in de linnenkamer. Het is een zootje. Alle handdoeken liggen in de kreukels. Dat moet beter. Zijn collega’s wijzen hem voorzichtig op het feit dat het schip inmiddels 5 graden naar voren helt omdat er een ijsberg is geraakt. “Dondert niet,” zegt de matroos. Het is van belang zo snel mogelijk een vergadering te beleggen over de opvouwsystematiek der handdoeken. Dat het schip steeds meer water maakt, wil hij niet zien.
(meer…)
